
De Franse literatuur in Nederlandse vertaling heeft de laatste jaren flink wat pluimen moeten laten, maar misschien luidt het voorjaar 2008 een voorzichtige renaissance in. Het valt op dat de literaire productie van onze zuiderburen opnieuw meer animo verwekt bij de Nederlandse uitgevers.
De drie grote blikvangers van het voorjaar zijn ongetwijfeld
Régis Jauffret [foto 1],
Philippe Claudel en
Patrick Modiano. Van Philippe Claudel, die sinds
Grijze zielen internationale befaamdheid geniet, komt
Het rapport van Brodeck (
De Bezige Bij), een boek dat in Frankrijk vorig najaar sidderingen door het Franse lezerspubliek stuurde. "Vier jaar na
Grijze zielen roept
Het rapport van Brodeck de lugubere herinnering op aan een oorlog van collaboratie, van angst voor de ander en van concentratiekampen. De zielen zijn nog even grauw, de sfeer is even giftig en het is nog steeds een raadsel waarom de mensen zo wreed zijn", schreef
Le Nouvel Observateur.
De Arbeiderspers brengt
Gekkenhuizen! van de zwartgallige Régis Jauffret, een verhaal van "alledaagse waanzin" waarin de geplogenheden van een geflipte familie tot brandhout worden geschreven. Ook
Univers, univers! van Jauffret krijgt een vertaling van Martin de Haan en Rokus Hofstede, die volgend jaar zal verschijnen.
Uitgeverij
Querido is er snel bij met de vertaling van de nieuwe, in Frankrijk alweer mateloos geroemde roman van Patrick Modiano (foto 2):
In het café van de verloren jeugd. De tere roman, die vanuit vier gezichtspunten het sombere levenspad van het stuurloze meisje Louki in Parijs traceert, stevent af op een navrant slot. Opvallend: na het debacle van de vorige Modianovertaling
Stamboek door Bernlef is veiligheidshalve weer Maarten Elzinga als vertaler opgetrommeld.
Eerstdaags verschijnt
Yasmina Reza's ophefmakende
Dageraad, avond of nacht, aangevuld met de expliciete ondertitel 'een literaire ontmoeting tussen een schrijver en een machtig man' (
Meulenhoff). Het gaat natuurlijk over haar portret van Nicolas Sarkozy, die ze tijdens zijn verkiezingscampagne mocht schaduwen.
Uitg
everij De Geus, als vanouds alert voor de Franse letteren, heeft het roekeloze talent van
Laurent Mauvignier onder dak kunnen nemen.
In de menigte, bekroond met de Prix du Roman FNAC, gaat over een vriendengroep die in mei 1985 naar de dramatische Europacupfinale tussen Juventus en Liverpool op de Heizel reist en daar meegezogen wordt in de maalstroom. Een subtiel beklemmend en sterk gecomponeerd boek, zo kunnen we u verzekeren. Van de Frans-Joodse
Irène Nemirovsky, van wie het postume oeuvre wereldwijd wordt herontdekt, verschijnt de roman
De gelukzoeker. Voorts is er ook nieuw werk van ex-Goncourtwinnaar
Laurent Gaudé (
Eldorado) en
Natacha Appanah (
De laatste broer, De Bezige Bij), beiden toegespitst op vluchtelingenthema's. Twee langverbeide vertalingen van succesauteurs liggen op de boekenschappen:
Verzoening van
Philippe Besson (
Anthos) is er al,
Muriel Barbery's steadyseller
Elegant als een egel (
Prometheus) komt er snel aan.

Een moment waarop veel lezers de klok ijken is de verschijning van een nieuwe
Amélie Nothomb. De vertalingen zijn even netjes getimed. In
De verloofde van Sado begeeft Amélie zich weer in Japanse sferen en verhaalt ze met zelfspot haar exotische, finaal faliekante romance met een steenrijke Japanse knapperd (
Manteau). In co-editie met Anthos brengt Manteau het tweede boek van
Céline Curiol (foto 3),
Verlof, waarin ze een heel andere toonladder aanslaat dan in haar atmosferische debuut Parijse stemmen.
Verlof gaat over een notulist die in de klauwen raakt van vreemde bureaucratische capriolen. Kafka, Beckett en Orwell zijn niet veraf.
De Arbeiderspers breekt terecht een nieuwe lans voor rasverteller
Jean-Paul Dubois, die ons al vergenoegde met
Een Frans leven en het sarcastische
De verbouwing. In mei is
Mannen onder elkaar aangekondigd, waarin twee mannen, die een relatie hadden met dezelfde vrouw en allebei door haar werden verlaten, elkaar treffen in "een eenzaamheid van een huis aan de oever van een bevroren meer" in Noord-Canada.

Meulenhoff trekt de kaart van ietwat onder de mat geschoven klassiekers. Van
Marguerite Duras is er
De pijn, "een aangrijpend verslag van bijna dierlijke angst en het lijden in de Tweede Wereldoorlog". Bijzonder is de wederontdekking van
Roger Martin du Gard [foto 4] de Nobelprijswinnaar Literatuur 1937 en auteur van de omvangrijke romancyclus
Les Thibault. Als opmaat naar de op til staande vertaling van zijn laatste magnum opus
Luitenant-kolonel de Maumort, publiceert Meulenhoff
De verdrinking, over een sergeant die behekst raakt door een bakkersjongen, met dramatische gevolgen. Goed idee ook van
Houtekiet om de Franstalige Vlaming en ooit zo gevierde toneelauteur
Michel de Ghelderode uit de lappenmand te vissen. In maart ziet
Reis door mijn Vlaanderen het licht, met zowel mysterieuze droom- en spookverhalen als een filosofische parabel in het voetspoor van Voltaire. Van een heel ander kaliber is
De loslippige sieraden van
Denis Diderot, een pornografisch sprookje uit 1748 waarin de van talrijke walletjes proevende verlichtingsfilosoof 'de sieraden van de vrouw" het woord verleent (
Athenaeum-Polak & Van Gennep). Ernstiger kwesties worden aangeroerd in
William Marx' controversiële studie
Het afscheid van de literatuur (Querido), waarin de Franse literatuurprofessor nagaat waarom de literatuur geen rol van betekenis meer speelt in het maatschappelijk debat en het estafettestokje moest doorgeven aan popidool of filmster.
[wordt vervolgd: binnenkort de Franse rentrée littéraire + het voorjaar in de Nederlandse letteren]
Er werden nog geen reacties geplaatst.