vrijdag 13 juni 2008 door Dirk Leyman

Gisteren is de Vlaamse (reis)schrijver
Kamiel Vanhole (54) overleden aan de gevolgen van longkanker, zo meldt
zijn uitgever Atlas. Vanhole laat een geschakeerd oeuvre na, waarin vooral zijn fijne neus voor reisessayistiek opvalt.
Kamiel Vanhole werd in 1954 geboren in de Brusselse deelgemeente Etterbeek en studeerde Germaanse filologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Na zijn burgerdienst ging hij als scenarist werken in de Brusselse tekenfilmstudio Garphoui. Brussel zal vanaf dan voorgoed zijn ankerpunt en maîtresse worden, ook in zijn oeuvre, zij het dat hij de weerbarstigheid van de stad niet ontzag. Vanhole vertaalde verhalen en essays van onder anderen Vladimir Nabokov, John Berger, Marguerite Duras, John Updike en Charles Simic en werkte mee aan het
Nieuw Wereldtijdschrift.
Kamiel Vanhole debuteerde in 1990 bij Uitgeverij Meulenhoff met de melancholieke resiverhalen
Een demon in Brussel in het spoor van Van Gogh, Baudelaire en Céline. Sindsdien schreef hij toneelstukken, essays en verschillende romans waaronder
De beet van de schildpad,
Overstekend wild en het erg Brussels getinte
Bea. Onlangs publiceerde hij de reisbundel
De spoorzoeker. Vanhole was, aldus een warme typering van Herman de Coninck, iemand die "niet alleen heeft rondgekeken, maar ook rondgeleefd en rondgevoeld en vooral rondgeaarzeld, omdat hij niet anders kan." Vanhole spreidde ook een uitgesproken politiek engagement tentoon, maar was nooit een tafelspringer. Met zijn kompaan Koen Peeters maakte hij onder meer ook
Bellevue/Schoonzicht en zette hij het project
Bloem in Brussel op voor het Beschrijf. Zie een uitgebreid dossier bij
Klara. In de comments bij dit bericht, lees je onze recensie uit
De Morgen van 2 april over
De spoorzoeker.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 13-06-2008
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening