Literair supplement - aflevering 28

Wekelijkse rubriek met overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel (periode 22-27 november). Met veel Vinexvrouwen van Naima El Bezaz, Giphart, David Vann, Elsschottiana, Tommy Wieringa en  Hélène Hegemann.

 

Knack drukt op zijn boekenpagina's deze week een bewerkte vertaling af van een interview met Michel Houellebecq tegenover Marin de Viry en Pierre Poucet voor de Franse site Surlering.com (je kunt het gefilmde gesprek van ruim twee uur daar integraal bekijken). De vrij mild gestemde Goncourt-winnaar heeft het uitgebreid over zijn recentste roman, het schrijversschap - "Een schrijver is een soort Atlas, die heel dat zelf-geschapen wereldje op zijn rug moet dragen. En hoe grootser het opzet van de roman, hoe zwaarder het wordt. Per pagina neemt de complexiteit exponentieel toe"- religie , filosofie en de geneugten van het rurale leven. En hij besluit, na enkele sneren richting Picasso en Le Corbusier, met een optimistische vaststelling: "De goede smaak overwint eender welke ideologie."

Piet de Moor las Baba Jaga legde een ei, "een postcommunistische heksensabbat" van Dubravka Ugresic vol "situationele pittigheid en stilistische zwier". Jan Stevens recenseert kort en vol lof het nu vertaalde Solar van Ian McEwan; "grappig, slim geschreven en spannend tot op de laatste bladzijde". In Waar gaan we heen, papa ? verhaalt Jean-Louis Fournier zijn leven met twee gehandicapte zonen, "teder en hard, grappig en intriest", vindt Bart Van Loo. Y.M. Dangre beschikt over talent, meent Tom Van Imschoot want in Vulkaanvrucht merk je verbale allure in combinatie met een afstandelijke toon maar" het bomvolle verhaal valt uiteindelijk te licht uit vanwege de te schematische psychologie waarop het berust".

 

Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, opende woensdag met een interview van Marnix Verplancke met David Vann. Die schetst in Legende van een zelfmoord via korte verhalen en een novelle, alle in verschillende stijlen, een portret van zijn labiele vader die zich uiteindelijk in Alaska een kogel door het hoofd joeg. Het boek kwam eerst in 700 exemplaren op de markt en wordt nu wereldwijd vertaald en gelauwerd. In zijn nieuwe roman IJsland komt Ronald Giphart met een veel bedaardere versie van zijn alter ego Giph op de proppen, constateert Dirk Leyman. "Maar dat dit boek een moedige demarche van Giphart betekent en een onvermoed aspect van de publiekslieveling laat zien, valt te prijzen." Toch is het boek slechts ten dele gelukt": "De passages over het tourleven (...) zijn te lang uitgesponnen, als een ouderwetse 45-toerenplaat die al eens blijft haperen bij een krasje."

In Marilyn van Pat Donnez maken we kennis met de 14-jarige Kasper wiens moeder zich Marilyn Monroe waant. Donnez, de literair bevlogen radiomaker, "handhaaft gezwind een montere, zij het ook tragikomische verteltoon zonder effectbejag", "ondanks een paar geletelefoneerde taferelen" en heeft met zijn hoofdpersonage "een voortreffelijk exemplaar" aan het lijstje opgroeiende jongetjes in de Nederlandse letteren toegevoegd, vindt Dirk Leyman. In De walrus stapelt Lars Saabye Christensen mysterie op mysterie en gaat daarbij wild alle kanten uit, merkt Marnix Verplancke. Weer koppelt die Noorse auteur met een Beatles fascinatie "heel herkenbaar ernst en nostalgie aan de relativerende absurditeit van het toch vooral door het noodlot bepaalde leven."

Treffend en met de nodige ironie beschrijft Naima El Bezaz in Vinexvrouwen de dubbele moraal en de soms tragische kanten van het leven in een anonieme kunstmatige nieuwbouwwijk waar ze samen met haar man en twee kinderen terecht kwam. Dirk Verhofstadt vindt het een opmerkelijk boek dat heel wat lezers zal irriteren omdat het hen een spiegel voorhoudt. Veel humor en hilariteit, badend in een rock 'n roll sfeertje vond Christophe Vekeman in De rechtvaardiging van mijn bestaan van David Flusfeder, een literaire roadmovie waarin een niet bepaald succesrijke arthouse filmmaker zijn doodzieke vader op sleeptouw neemt op weg naar een obscuur filmfestival. In de rubriek Pas Verschenen Literatuur ook aandacht voor Mijn eenmanszaak van Remco Campert en voor De leeuwerik van Paul Claes.

 

Veel non-fictie en cadeautips in De Standaard der Letteren vrijdag. Aanrader van de week is Engelen vallen langzaam van de Noorse auteur Karl Ove Knausgård. Alexander Van Caeneghem houdt een pleidooi in vier delen voor deze lijvige theologische fantasie over de aard der engelen, of, " een volstrekt unieke, uitdagende en complexe pageturner" en "een staalkaart van de vele registers en stijlen die de schrijver beheerst." En Michael Bellon buigt zich over twee recente literaire gidsen over het Antwerpen van Willem Elsschot. Bart Van Loo's aanpak om de fictieve Franse Coraline naar Antwerpen op sleeptouw te nemen in Elsschot, Antwerpen & Coraline werkt, vindt de recensent, want de francofiele auteur doet zo aan een speelse exegese. De door Dooreman vormgegeven De Grote Willem Elsschot Atlas van Eric Rinckhout volgt Alfons De Ridder en zijn personages dan weer werkelijk overal, en licht elke Antwerpse straat- en eigennaam die ze lieten vallen toe, "genieten" stelt Bellon "en een echt hebbeding voor elke (amateur-) Elsschottiaan, maar ook voor wie geïnteresseerd is in de geschiedenis van 't Stad."

 

In Humo is Frederic Vandromme bij met de bundel Ga niet naar zee van Tommy Wieringa. Want Wieringa geeft blijk van een solide en zwierige stijlbeheersing en weet soms "op één en dezelfde pagina zowel ontroering als een gulle schaterlach te ontlokken." "Sensitief en subtiel" en "een verkenning van de melancholische condition humaine"; het oordeel van Bart Vanegeren over Bij het vallen van de avond van Michael Cunningham. Jeroen Maris las Vliegtijd, drie verhalen van Els Moors waarin een schrijfster wegtrekt uit haar vertrouwde omgeving en zich overlevert aan wurgende eenzaamheid; Raymond Carver kijkt over de schouder mee.

 

Jaap Goedegebuure leest in Trouw de polemieken in bloemlezing Het scherp van de snede ("niet alleen weinig representatief, [maar] ook hoogst partijdig"), Jann Ruyters de nieuwe roman van Detlev van Heest, Pleun ("De afwisseling van discretie en exhibitionisme is precies wat deze roman deels frustrerend, maar ook vermakelijk, spannend en verslavend maakt.") en Janita Monna het uitgebreide verzamelde werk van Hans Faverey ("een belangrijke aanwinst"). Verder Annemarié van Niekerk over Nadifa Mohameds Zwarta Mamba ("soms zó realistisch, dat je bijna niet verder durft te lezen") en op de achterpagina Sinterklaastips.


Helene Hegemann (foto), in gesprek met Ineke van den Bergen in de Volkskrant, over haar debuut Axolotl Roadkill: "Ik heb nooit gedacht: nu ga ik eens iets uitgeflipts maken, een roman in een afwijkende taal. Het was gewoon de enige manier waarmee ik kon uitdrukken wat ik wilde zeggen."
Arjan Peters leest de lezingen van Orhan Pamuk: "... wat Pamuk in deze essays verkent, brengt ons wel dicht bij het geheimzinnige verbond tussen schrijvers en lezers, en bij het wonder dat er eeuwen en oceanen tussen hen kunnen wegvallen en er vensters op onbekende landschappen opengaan." Martijn Wallage vervolgens over Ronald Gipharts IJsland (dat eerder een groot interview gegund was, nu slechts twee sterren: "Je zou kunnen zeggen dat IJsland door het weglaten van humor niet méér is geworden dan een melodrama."), Daniëlle Serdijn over Leo Pleysiers Dieperik ("Zoveel rijkdom in honderd pagina's getuigt van esthetische efficiëntie en volstrekte beheersing.") en Hella Rottenberg over Jaap Scholtens Kameraad Baron ("'Door de geschiedenis van de adel nauwelijks in context te beschrijven, is Kameraad Baron niet uitgestegen boven het niveau van een trommel vol zoete en bittere herinneringen."). Ten slotte: Greta Riemersma's laatste zin over Hans Croisets Lucifer onder de Linden: "Al dat gezwalk verzwakt de roman."


Romanschrijver Juan Gabriel Vásquez wordt in NRC Handelsblad geïnterviewd door Bas Heijne, onder meer over de invloed van Joseph Conrad op zijn werk: "Zijn invloed strekt zich uit over alles wat ik schrijf. Van hem heb ik geleerd wat je in een roman allemaal kan. Een romanschrijver moet de duistere plekken opzoeken, in de wereld, maar ook in de mensheid, en daar vervolgens zo nauwgezet mogelijk verslag van doen." Ger Groot vindt dat er een "dwingende kracht"' uitgaat van Het verborgen leven van bomen van Alejandro Zambra, en noemt de auteur "één van de beloften van de Zuid-Amerikaanse literatuur". Ook Robert Gooijer is enthousiast, over Roomservice, de thriller van Elvin Post, die hem "soms doet denken aan de screwball-thrillers van schrijvers als Iain Levison en Elmore Leonard, en behoort tot dezelfde categorie van gezegend geoudehoer".
De nieuwe roman van Marc Reugebrink, Menens, voldoet niet aan de hoge verwachtingen van Ewoud Kieft; hij krijgt geen "invoelbaar beeld [...] van Reugebrinks geradicaliseerde hoofdpersoon. En dat is een cruciaal gemis, want de hele roman draait om de vraag wat Leon precies beweegt": "In Menens staat net te veel verkeerd geplaatste zinnen die de indruk geven dat de auteur gemakzuchtig aan het schrijven is geweest. En dat geldt voor de hele roman: het zwakke einde, het onuitgewerkte hoofdpersonage, het statische verloop van de gebeurtenissen - alsof Reugebrink er niet helemaal met zijn hoofd bij was."

Janet Luis is enthousiast over de "speelse en hier en daar zelfs licht experimentele streekroman" Dieperik van Leo Pleysier, waarvan het "aftasten van de mogelijkheden van de taal" de grote charme is. Guus Middag las de poëzie van de Russische dichteres Vera Pavlova in Een flinke teug van rook en regen en noemt haar "behalve openhartig ook ontwapenend eerlijk [...] met haar verrassende aforismen, droge waarnemingen, woordspel en zelfspot." Het prozadebuut van de Poolse dichteres Ewa Lipska heeft "geen noemenswaardig" plot, wat volgens Marco Kamphuis "niet verhindert dat het een pakkend boek is"'. Silvia Marijnissen, ten slotte, las de "complexe, leerzame roman" De reizen van oud afval van Liu E. Ook een heleboel boekencadeautips hier.


Deze week in Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer een kleine Faverey-special met bijdragen van Marita Mathijsen en Piet Gerbrandy. Bezorgster Mathijsen: 'Ik denk zelf niet dat er door de nalatenschapsuitgave een ándere Hans Faverey naar voren is gekomen. Er is vooral méér Faverey. Meer van die uiterst intrigerende en soms raadselachtige gedichten die tot op het bot van de taal gaan. En voor zo'n uitbreiding van schoonheid kan men alleen maar dankbaar zijn.' En criticus Gerbrandy: "een enerverende toevoeging aan een toch al weergaloos oeuvre'. Mirjam Noorduijn duikt in een nieuwe trend: 'De laatste maanden signaleert [boekverkoper] Van der Valk dat, in navolging van de Angelsaksische wereld, waar het genre booming business is, de vraag naar jongerenboeken - Y.A. (Young Adult) - snel toeneemt."
Jacq Vogelaar leest (foto) Edgar Hilsenraths Het sprookje van de laatste gedachte: "Toch is het sprookjesachtige hier veel meer dan het optuigen van feiten. In een signalement als dit valt het niet eens na te vertellen, zeker niet de vele wonderlijke verhalen eromheen. Alleen de strekking ervan samenvatten is te weinig: daarvoor is het boek te goed." (Vogelaars 'signalement' beslaat een hele pagina.)


In Vrij Nederland traditioneel de grote recensie van Jeroen Vullings, ditmaal over twee boeken: de nieuwe romans van Binnert de Beaufort (De kalief van Amsterdam, "dit proza is te vettig, te theatraal, te karikaturaal, te weinig verinnerlijkt" en Naima El Bezaz (Vinexvrouwen, "dolkomisch boek vol zelfspot"). Spot te over, in deze Vrij Nederland, waarin P.F. Thomése zich in PVV-fractielid en voormalig straatterrorist Eric Lucassen verplaatst: "Een hond moet je africhten, anders wordt het een beest. Dat is bekend. Net als een Marokkaan. Moet je ook africhten." Onder de hele korte stukken krijgt alleen Albert Cossery's 'juweeltje', De mensen die God vergat, vier sterren.


Arie Storm is in Het Parool lovend over Vinexvrouwen van Naima El Bezaz: "Humor, komische passages en geslaagde grappen zijn ruimschoots aanwezig in dit boek, waarin veel Nederlandse schijn wordt doorgeprikt." Addie Schulte is dan weer teleurgesteld over het boek van Ahmed Marcouch, Mijn Hollandse drooM. Hans Knegtmans bespreekt Dennis Lehanes Het verleden spreekt. "Hoe spannend het boek ook is, de lezer heeft er alle vertrouwen in dat Patrick en zijn hoogbegaafde protegee samen [...] de slechteriken in het verhaal wel klein krijgen. Ook een Lehane-light is een genot om te lezen."
Jasper Henderson is van mening dat in Ilustrado Miguel Syjuco "soms lijkt op een schooljongen die op kerstochtend een goocheldoos heeft gekregen en alle trucs per se tegelijk wil uitproberen. [...] Het raderwerk is te nadrukkelijk aanwezig. Dat neemt niet weg dat de roman schitterende momenten kent". Victor Schiferli bespreekt Pieter Boksma's Doodsbloei. Het is volgens hem een bundel met "indrukwekkende en minder sterke momenten. Wat Doodsbloei bijzonder maakt, is de koppeling tussen dood en erotiek, tussen vlucht en verwerking, tussen afscheid moeten nemen, maar geen afscheid kunnen nemen. Misschien daarom is dit afscheid ook zo langgerekt, omdat het einde ervan ook het echte afscheid inhield."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening