Literair supplement - aflevering 25

Wekelijkse selectie literatuurrecensies en bijdragen uit de boekenbijlages van krant- en weekblad. Periode 3-7 november, met uiteraard veel extra Mulisch-porties, maar ook Bart Koubaa, het kortverhaal, John Updike, John Banville etc. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel te Amsterdam.

 

Knack Boeken opent met een recensie van Maria van Barcelona, de nieuwste van Bart Koubaa (foto). "En te breed uitwaaierende roman", naar de smaak van Frank Hellemans waarin de auteur "zwelgt in de eigen associaties tot de lezer zich geërgerd afvraagt wat hij met dit privéfeestje eigenlijk te maken heeft. Hij voelt zich alleszins niet uitgenodigd." Met zijn postuum verschenen verhalenbundel De tranen van mijn vader bewijst John Updike "wat voor een grootmeester hij was in het mild ironisch beschrijven van de kleine obsessies van de Amerikaanse middenklasse", aldus Jan Stevens. Piet de Moor las Het sprookje van de laatste gedachte, Edgar Hilsenraths "wrede, schitterende roman" over de Turkse volkerenmoord op de Armeniërs.

 

De Morgen Uitgelezen stelt het einde van de grote drie Reve, Hermans en Mulisch vast op zijn openingspagina. Dirk Leyman overschouwt hun oeuvre, de vetes en de onderlinge verhoudingen en denkt het zijne van de speurtocht naar de nieuwe Mulisch. Het rijk is nu inderdaad aan pakweg Arnon Grunberg, Erwin Mortier, Tom Lanoye, Tommy Wieringa, P.F. Thomése en A.F.Th. Van der Heijden. Maar Harry Mulisch zou wel eens "de laatste Nederlandse auteur blijken te zijn die op zijn eentje soeverein over de letteren kon heersen". Als eerbetoon aan Mulisch publiceert de boekenbijlage ook de laudatio die Connie Palmen uitsprak bij zijn tachtigste verjaardag.

Paul Demets ging helemaal op in de gedichten van Anneke Brassinga. De bundel Ontij die bloei en verval vat in een muzikale taal, een waarheid wordt gecreëerd die in de werkelijkheid niet mogelijk is. Het is volgens hem een van de beste poëziebundels van het jaar. Kanttekeningen van Bernlef is dan weer een bundel vol eerder beschouwende gedichten, precies geformuleerd maar die soms wat spankracht missen. En Geert van Istendael is geëngageerd en lyrisch in Sociale zekerheid en andere gedichten, duidelijk "een dichter van het mededogen en de aandacht voor de dingen". Bij het vallen van de avond van Michael Cunningham mag dan al een mooi beeld van de New Yorkse kunstscene scheppen, de roman kon Marnix Verplancke maar heel even boeien: "er wordt alleen misselijk makend veel gevoeld en gepiekerd, en dit in heel korte zinnetjes", stelt de recensent die zich haast wanhopig afvraagt waar de Cunningham van De uren gebleven is.

 

Naar aanleiding van De Nachten zet De Standaard het korte verhaal in de schijnwerpers. Els Moors, Yves Petry, A.L. Snijders, Sanneke van Hassel en Joost Vandecasteele kochten een voorwerp op de rommelmarkt en publiceren er een verhaal over. Annelies Verbeke sprak met Remco Campert over het genre, het leven en de ouderdom ; "Ik denk vaak aan het einde van mijn leven en dat van mijn oeuvre. Ik wil ze graag samen voltooien (...) ik wil het soepel inleiden, iets doen met het feit dat mijn toekomstperspectief hoe dan ook kort is". Camperts recentste verhalenbundel Om vijf uur in de middag wordt gerecenseerd door Sofie Gielis, die is vooral gecharmeerd door het titelverhaal "spannend en filmisch" en blijkbaar donkerder en mysterieuzer dan we van Campert gewend zijn.

Het luik wordt afgesloten met een stuk van Annelies Verbeke over Raymond Carvers What we talk about when we talk about love.(foto: Carver in zijn werkkamer). Voor zijn stuk over Chez Stans van Jan Mulder sprak Michael Bellon in het Anderlechtstadion met de schrijver over zijn Brusselse jaren en de totstandkoming van het boek erover. Eva Berghmans sprak met P.F. Thomèse over liefde, intimiteit en over schrijven: "Al toen ik begon te schrijven, droomde ik ervan om meerdere schrijvers te zijn. Eentje voor de hard boiled detectives, eentje voor de weemoedige mijmeringen, eentje voor de satire."

 

Ger Leppers portretteert in Trouw de grootste kanshebbers voor de Prix Goncourt: Michel Houellebecq, met zijn La carte et le territoire ("een vrij lijvig en zeer onderhoudend relaas, dat weliswaar de gedreven verbetenheid en de innerlijke noodzaak van Houellebecqs eerdere werk enigszins ontbeert, maar wel van de eerste tot de laatste pagina boeit en amuseert"), en Virginie Despentes (foto), met haar Apocalpyse bébé ("Virginie Despentes is een pessimiste met een ragfijn zintuig voor hypocrisie. In de loop der jaren geeft ze daar met steeds subtielere middelen uitdrukking aan, zonder dat dat ten koste is gegaan van het grote gebaar - zoals de overweldigende ontknoping van dit boek nog eens onderstreept."). Wil Rouleaux, enthousiast over Martin Gülichs Septemberstralen: "'Humor die niet lacht', is van Kafka's werk gezegd. Het geldt ook voor deze meesterlijke vertelling." Peter Sierksma, ten slotte, weegt Paul Austers nieuwste roman Sunset Park: "Vooral de manier waarop Auster dan speelt met alle mogelijke klanken en betekenissen van de woorden huis en thuis- of dakloos, is indrukwekkend. Maar zijn briljante, in de loop der jaren ook steeds verder vervolmaakte spel met de taal heeft een keerzijde. Want zijn hoofdfiguren krijgen minder aandacht."

 

In de Volkskrant looft Hans Bouman John Banvilles nieuwste ("De onsterfelijken is een roman die speelt in een universum dat weliswaar veel op het onze lijkt, maar er niet mee samenvalt. Aan de verrassingen waartoe dat leidt is niet alleen grote verbeeldingskracht maar ook onverholen schrijfplezier af te lezen."), Arjan Peter looft Torgny Lindgrens roman De bijbel van Doré ("Tekst is op zijn best een benadering, nooit de kern van de zaak. Maar het is een prachtig boek, komisch en wijs, dat die ons die harde boodschap overbrengt. Niets anders kan die kern zo dicht naderen."). De boekenbijlage besluit met enkele middellange recensies. Ranne Hovius over Rupert Thomsons "meeslepend" geschreven autobiografische roman Dit feest heeft lang genoeg geduurd, Martijn Wallage over Helene Hegemanns "wonderlijke, soms moeilijk leesbare, maar briljante roman" Axolotl Roadkill en Daniëlle Serdijn over Jessica Durlachers De held, "het beste boek dat Durlacher tot nog toe schreef", "een gave en inhoudelijk gulle roman".

 

Ook de boekenbijlage van het NRC bevat natuurlijk een hommage aan de "oeuvrebouwer" én "zinnenschrijver" Harry Mulisch. In het middenkatern kiezen literatoren hun favoriete Mulisch-passage. Maar de bijlage opent met het nagelaten "meesterwerk" Alleen in Berlijn van Hans Fallada (foto), besproken door Bas Heijne: "Het nazisme in deze roman is geen ideologie, geen kwalijk geloof van ontspoorde geesten - voor de meeste Duitsers is het gewoon een alibi, een vrijbrief voor verraad en leugenachtigheid, voor ongeremd sadisme." De 86-jarige Sybren Polet spreekt over zijn poëzie en proza, en over het publiek voor zijn "verbeeldingsavonturen": "Ik schrijf voor actieve lezers, voor lezers die zich een beetje willen inspannen. En dát heb ik geweten. Want dat heeft de verkoop geen goed gedaan. Toch ben ik nooit in de verleiding gekomen om me toe te leggen op een goed lopend of verkopend boek. Ik ben altijd gespitst geweest op de mogelijkheden die er zitten in taal - dat is in mijn ogen de opdracht van elke goeie schrijver. Wie realistisch wil schrijven moet dat zelf weten, uitstekend, maar ik doe het niet." Verder recensies van de romans van Detlev van Heest, Pleun (Arjen Fortuin: "Doordat er daadwerkelijk sprake is van een ontwikkeling is het werk van Van Heest opwindender dan het grootste deel van Het Bureau'), Pia de Jongs Dieptevrees (Elsbeth Etty: "anders dan in haar debuut voegt ze met Dieptevrees te weinig oorspronkelijks toe.") en Overgave van Chang-rae Lee (Jan Donkers: "Lee is als stilist bijna van het niveau Updike, die ook zijn lezers in zijn mindere boeken kon meevoeren op de cadans van zijn proza. Hij maakt diepe indruk met de manier waarop hij de ravage beschrijft die de oorlog in de levens van de hoofdpersonen heeft aangericht."). Wees gegroet, de tweede roman van Hans van der Beek, wekt bij Ewoud Kieft "bijna nostalgische gevoelens op naar de tijd waarin het grootste probleem van de Nederlandse literatuur nog de bevrijding van het beklemmende geloof der vaderen was." Toef Jaeger noemt Zacht als staal van Richard de Nooy "zeker niet minder geslaagd dan het debuut (...) De Nooy weet namelijk schitterend twee werelden op te roepen: het nietsontziende Zuid-Afrika en de "gay is beautiful"-mentaliteit van de jaren tachtig die minstens zoveel geweld in zich blijkt te herbergen." Margot Dijkgraaf ten slotte is onder de indruk van Het geheim van mijn grootmoeder van Fetiye Çetin, over de Armeense geoncide: "Çetin schetst in haar boek geen politieke achtergrond, geeft geen geschiedenisles, ze (ver)oordeelt niet, klaagt niet, stelt geen morele vragen en doet geen oproep. Ze vertelt het verhaal zoals haar grootmoeder haar dat zelf verteld moet hebben, eenvoudig, menselijk, met pijn in het hart, zonder grote woorden, gelaten bijna."

 

Mulisch in Vrij Nederland. Jeroen Vullings: "Het schrijven zélf is de magische component in Mulisch' oeuvre en deze 'schrijverij' heeft hij van het begin af aan van commentaar voorzien." Ook Sander Pleij en Mischa Cohen halen herinneringen op. En Carel Peeters neemt het oeuvre op chronologische volgorde door. Hij besluit: "De sensatie van het lezen van Harry Mulisch' beste werk is te vergelijken met raak schieten: je ziet verrast dat het klopt wat daar staat en hoe het er staat. [...] Mulisch [zorgde] voor jaren verbazing, verrassing en bewondering."


Ook De Groene Amsterdammer is gewijd aan Harry Mulisch. Joost de Vries duidt de ironie van Mulisch' autobiografisch schrijven en spreken, aan de hand van Siegfried: "De ironie van de zaak-Herter/Mulisch is dat hij er vertrouwen in heeft dat fictie de zaken essentiëler kan verklaren dan non-fictie, om vervolgens door het waargebeurde verhaal van het echtpaar Falk van zijn geloof te vallen. De ironie is dat de lezer weet dat ook dat verhaal fictie is; deze leest immers een roman." Christiaan Weijts herinnert zich de enige keer dat hij Mulisch sprak, als zestienjarige, op het Leidseplein: "Na een korte stilte begon hij aan zijn uitleg - hij stuurde ons via de Bloemenmarkt - waarbij hij met wijs- en middelvinger samengedrukt wat bewegingen maakte alsof hij schaakstukken verplaatste boven een denkbeeldige plattegrond." Doeschka Meijsing las Het stenen bruidsbed als eerste werk van Mulisch: "Het was meteen alsof ik, achteraf gezien, bij de kern van Mulisch' schrijverschap aankwam. De dader heeft het gedaan, en de dader is aan te wijzen." Ook Kees 't Hart bewondert vooral die eerste boeken, maar: "Geen boek van hem is hetzelfde boek, nooit schreef hij een vervolg, of iets wat op een vervolg leek." Menno Wigman ten slotte, in een voorpublicatie uit zijn Red ons van de dichters, zoekt de gevangenis in Mons op waar Verlaine (foto) gezeten heeft: "In de trein naar België blader ik wat in Mes prisons (1893). Het is geen meesterwerk, maar vermakelijk is het boek wel. Dat komt vooral door de spotzieke toon. Herhaaldelijk schrijft Verlaine hoe "onnoemelijk veel" hij van het uiterlijke vertoon van de rechtspraak houdt. "Heel mijn verstand, zo niet heel mijn wezen, smelt bij het zien van een goed gedragen zwarte toga, een goed gestrikt plastron of, zoals bij het Assisenhof, goede epauletten.""

 

In zijn bespreking in Het Parool van Sunset Park stelt Arie Storm dat Paul Auster de "vluchtigheid [probeert] te bestrijden", wat een "niet bijzonder spectaculaire, maar wel liefdevolle en emotionerende roman oplevert". Alle Lansu vervolgens stelt vast dat André Aciman in zijn Witte nachten indringend "de kwellende onzekerheden [verbeeldt] die de verteller ondergaat, en al die dodelijk vermoeiende hersenspinsels die hem heen en weer slingeren tussen hoop en wanhoop". Thomas Verbogt over A.H.J. Dautzenbergs Vogels met zwarte poten kun je niet vreten ten slotte: "[een boek] met vele kanten, fascinerend en grimmig, met verhalen waarvan er een groot aantal even rot als rijp is, en in de stilte die na lezing overblijft schemert een vreemde schoonheid. Een opvallend debuut, heette dat vroeger".

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening