Expo 'Dicht bij Elsschot' is kroonstuk van Antwerps stadsfestival rond Willem Elsschot

Met veel bombarie én een rist activiteiten schiet dit weekend in Antwerpen De Stad van Elsschot uit de startblokken (zie het programma in ons eerder bericht). Het koninginnestuk van het literaire stadsfestival, ter gelegenheid van Elsschot vijftigste sterfdag, wordt ongetwijfeld de tentoonstelling Dicht bij Elsschot. Een impressie.

 

Sjouwend met strandstoelen of vrolijk de polonaise dansend op familiefilmpjes. Zo hebt u Willem Elsschot (1882-1960) allicht nog nooit gezien. De mooi geritmeerde Letterenhuis-expo Dicht bij Elsschot bergt, naast een immense rijkdom aan brieven en manuscripten, nog wel meer verrassingen. "Ik wilde het eendimensionale beeld van de cynische zakenman-schrijver bijstellen", aldus curator en Elsschot-specialiste Wieneke 't Hoen.

 

Het persoonlijke en zakelijke archief, in 2009 door de stad Antwerpen en Vlaamse Gemeenschap voor 500.000 euro van de familie verworven, vormt de ruggengraat van deze expo, die zodoende een pak nooit eerder getoonde, soms erg intieme documenten kan laten zien. "Verwacht evenwel niet dat je nu een heel andere Elsschot  voorgeschoteld krijgt", zo waarschuwt ‘t Hoen meteen. "Hij wordt niet plots homoseksueel of zo (lacht). Wél wilde ik het eendimensionele en vaak gekoesterde beeld bijstellen van Elsschot als cynische zakenman. Hij zat vol schalkse, bijna Britse humor en combineerde zijn slimmigheid met een grote gevoeligheid." 't Hoen heeft nog een ambitie: "Het is de bedoeling dat we zowel de geïnteresseerde leek als de specialist bereiken. Al moet ik soms uitkijken om te veel te willen tonen. Wat wil je? Dat archief is een immense schatkist."

Dicht bij Elsschot laat in ieder geval een erg zorgvuldige, slim geritmeerde indruk na. Je raakt gaandeweg helemaal ondergedompeld in alle stadia van zijn schrijvers-, zakelijk en privéleven. Daarbij vormen de (vernuftig inbladerbaar gemaakte) manuscripten van zijn eerste boek Villa des Roses of van Kaas, Het Dwaallicht of Pensioen de kroonstukken. Maar de talloze brieven, foto's en parafernalia, geluidsfragmenten en filmpjes uit de familiesfeer palmen je al evenzeer in. Zo hoor je Elsschot tegen vrienden in plat Antwerps oreren over het drinken van jenever: "Sinds ik geen jenever meer drink, kan ik dubbel zoveel eten en word ik toch niet dikker. Ik eindig nog als geraamte." Komisch. Want elders hamert Elsschot er op dat je bij het geschreven Nederlands nimmer dialect mag gebruiken. "Men kan het geschrevene nooit voldoende zuiveren, snoeien en louteren." Aandoenlijk is de montage van familiefilmpjes uit de periode 1939-1959, tot één jaar voor zijn dood in 1960. Elsschot tussen vrouw, kinderen en kleinkinderen, sjouwend met strandstoelen, gekscherend, met bivakmuts, in zwempak aan zee of vrolijk de polonaise dansend. Naar het eind oogt hij norser en zie je hoe opgezwollen hij werd door de cortisone tegen zijn zeldzame huidkanker.

 

Dicht bij Elsschot hanteert welbewust een omgekeerde chronologie. De bezoeker krijgt eerst Elsschot-verstrippingen, verfilmingen en vertalingen voor de kiezen. "Om aan te tonen hoezeer hij nu nog leeft en inspireert." Pas daarna wordt ingezoomd op leven en werk. We leren dat vader Christiaan al vroeg een schrijver ontwaarde in zijn zoon: "Over eenige dagen moest hij het park beschrijven bij winterdag. Ik begrijp niet hoe zo een caboterken zoiets kan aan een brengen, het was iets buitengewoons, waardig om gedrukt te worden," zo schrijft hij in 1895. Elsschot was toen dertien jaar. Op zijn achttiende, na enige onstuimige schooljaren, zou hij debuteren met een handvol gedichten in het tijdschrift Alvoorder, opgericht met medescholieren van het Koninklijk Athenaeum.

Stevige aandacht is er voor het gewiekste zakelijk instinct van Alfons de Ridder met een paar 'pièce uniques': zijn werkzaamheden als verkoper van reclame bij La Propagande Commerciale en later als "eigen baas", zijn successen met de reclame voor de "bibliothèques des gares" of als maker van jaar- en jubileumboeken. Elsschot, de zakenman, boerde goed en kon zich een villa in Sint-Idesbald permitteren (waarvan de plannen te bekijken zijn). En toch voelde hij zich in de eerste plaats schrijver, eerder dan handelsman. Dat bewijst zijn paspoort waarop hij steevast "letterkundige" liet opnemen. Maar het liep vaak door elkaar: in het manuscript van De Leeuwentemmer stuit je dan plots weer op een oplijsting van klanten die nog niet betaald hebben.

 

In de vier aparte, interactieve afdelingen ondergebracht in immense lampenkappen, worden een aantal aspecten uitgediept, zoals ‘politiek' (denk aan de commotie rond het August Borms-gedicht), ‘feit & fictie', ‘schrijven' en ‘hulde' (boordevol telegrammen voor zijn zeventigste verjaardag). Een ‘wie is wie' bij Elsschot toont aan hoe hij voortdurend jongleerde met de werkelijkheid en zijn personages subtiel plukte uit zijn omgeving: "Eigenlijk is het niet gepast zich telkens af te zonderen om de leden van zijn gezin en zijn eigen binnenste vanuit een hoek te gaan bespieden", schreef hij. Iets minder belicht is de periode in de jaren vijftig. "Omdat Elsschot toen als schrijver nog amper productief was." Kris kras doorhen de expo zijn er een aantal  'objecten' te zien: zijn L.C.-Smith-schrijfmachine, de geliefkoosde zetel van Elsschot alias Alfons De Ridder en  een afdruk in gips van zijn hand, genomen op zijn sterfbed.

De gevoelige Elsschot schuilt in een klavertje vier, dat hij voor de zestigste verjaardag van zijn vrouw Fine uitsneed en teder in een doosje deponeerde. Maar 't Hoen toont ook de keerzijde van Elsschots huwelijkse staat. Zo ligt er een Duits Dostojewski-boekje in de vitrines, hem toegestuurd door een onbekende minnares. Fine nam het meteen in beslag. Wel vaker kneep Elsschot de katjes in het donker. "Maar ik ben niet meer de straat opgegaan om nieuwe minnaressen op te sporen", lacht 't Hoen.

 

(Dit stuk is in licht gewijzigde vorm verschenen in De Morgen van vrijdag 27 mei 2010 - foto's collectie Letterenhuis, Elsschot met zijn gezin en Elsschot op doek)

Bij Athenaeum-Polak & Van Gennep verscheen de fraai geïllustreerde publicatie Dicht bij Elsschot, van de hand van Wieneke 't Hoen, die dienst doet als catalogus.

Tags: Tentoonstellingen, Nederlandse literatuur, Literaire evenementen
Geplaatst door Dirk Leyman op 29-05-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening