Literair supplement - aflevering 56

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Over Claude Lanzmann, A.F.Th. van der Heijden, Mary McCarthy, de genomineerden voor de C. Buddingh'-prijs en  vele anderen.

 

Voor Uitgelezen van De Morgen sprak Marnix Verplancke met Alain de Botton, naar aanleiding van zijn nieuwe boek Religie voor atheïsten. Onder de kop "Laveren tussen moed en lafheid" bespreekt Dirk Leyman De Patagonische haas: de "indrukwekkende memoires" van Claude Lanzmann (foto). Valt er alleen maar in superlatieven te spreken over de gedicteerde memoires van deze 85-jarige Franse journalist, cineast en filosoof ? Eigenlijk wel, erkent Leyman (op een paar vertaalopmerkingen na). "Dat dit boek in Frankrijk een bestseller van formaat werd, is volstrekt logisch. Om de haverklap sta je verbluft van het paardengeheugen van Lanzmann. Hij ontpopt zich tot een memorialist van het zuiverste water, die vertelt alsof het allemaal pas gisteren gebeurd is. Vaak heb je het gevoel ‘in the heart of the matter' te zitten." En Leyman besluit met: "De Patagonische haas is een autobiografie om een diepe buiging voor te maken". Poëziecriticus Paul Demets las Ezelskaakbeen van Peter Ghyssaert, de dichter "heeft een heel persoonlijke bundel gecomponeerd die op elke pagina frappeert". Ook signaleert Demets de bloemlezing Wij, paarden van Jozef Deleu (met foto's van Lodewijk Deleu) en het nieuwe nummer van Het Liegend Konijn, met 175 gedichten van 30 dichters. In de rubriek Kort signaleert Marnix Verplancke de nieuwe vertaling van De groep van Mary McCarthy, De verloren waarheid van Jennifer Haigh waarin de zus van een van misbruik verdachte priester op zoek gaat naar de waarheid ("subtiel en gevoelig") en De blauwe kamer van Susan Henderson, een boek over gefnuikt moederschap en depressie. 


In Knack een gesprek van Jan Stevens met Douglas Coupland. Die schetst in Generatie A een apocalyptische toekomst, de wereld is niet ver van de totale ondergang, maar wil niet voor moralist versleten worden: "Eerlijk gezegd weet ikzelf niet zo goed wat ik zelf geloof over bijna alle morele kwesties. Ik vind die morele flexibiliteit trouwens een noodzakelijke houding voor elke schrijver".
Maarten Dessing over Tonio: "Soepel switcht Van der Heijden van levendige herinnering, intense ervaring, nauwkeurig beschreven emoties naar - opnieuw - de litanie van zijn pijn." Verder nog kort aandacht voor de detective De terugkeer van Neptunus van Fred Vargas, het interviewboek Belgen van Hugo Camps en de roman Een zuivere liefde van Sofja Tolstaja.


De beroemde Praagse Karelsburg siert de cover van De Standaard der Letteren. Peter Jacobs reisde mee met Laurent Binet naar de plekken die een rol spelen in zijn non-fictieroman HhhH en doet verslag. Alexandra De Vos is blij met de nieuwe uitgave van Gedichten van Sapfo van Lesbos: "Of Eros' pijlen nu vreugde of leed brengen, Sapfo puurt er haar zoetzoute woorden uit". Driemaal Nederlands naast elkaar, en telkens vrij lovend: de columns van Marjolijn Februari, verzameld in Ons soort mensen ("Februari weet hoe ze moet prikkelen" schrijft Sofie Gielis), de roman Magnus van Arjen Lubach ("triest als het triest moet zijn, grappig, poëtisch, melancholisch, spannend, ontroerend en meeslepend. Magnus is magnifiek," oordeelt Filip Van Ongevalle) en De man met de schaar van Iris Koppe ("in zijn beste momenten een nachtzwarte variant op de bekendste Nederlandse feuilletons Evelien van Martin Bril of Agnes van Peter Van Straaten" aldus Mark Cloostermans). Voor de rubriek Opgeblonken las Alexandra De Vos de vertaling van Butterfield 8 van John O'Hara (foto): een snapshot van New York tijdens de drooglegging in "hardgekookte reportagestijl" en Wouter Deprez ontdekt de wereld is voor Veerle Vanden Bosch Buzzboek van de week: "aangename best leerzame lectuur (..) een perfect huwelijk met de knappe foto's van Jonas Lampens".

 

Humo heeft het over A.F.Th van der Heijden en Lydia Davis. Voor Frederik Vandromme heeft Van der Heijden nu al het beste boek van 2011 geschreven en Jeroen Maris beschouwt Lydia Davis als "de superieure hoedster" van het korte verhaal.

 

Op de boekenpagina"s van Trouw buigt Edwin Kreulen zich in het kader van de Maand van het spannende boek over de nieuwste historische thriller van Daniëlle Hermans, De man van Manhattan. Van de zevende roman van Esther Freud, Een kwestie van geluk is volgens Hanna de Heus vooral het tweede deel sterk, want "dan worden deze jonge acteurs volwaardige personages: niet langer alleen maar grappig door hun stereotiepe gedrag, maar ook sympathiek, door hun oprechte enthousiasme, hun zorgen en de praktische tegenslagen die ze ondervinden." Volgens Janita Monna is het nog geen uitgemaakte zaak wie komende donderdag de C. Buddingh'-prijs gaat winnen, al weet ze wel welke jonge dichters ze graag zal blijven volgen: "Ik ben benieuwd naar de weg die Y.M. Dangre na zijn debuut zal inslaan, en vooral naar wat Lieke Marsman in een volgende bundel gaat doen". De recente verhalen van Mensje van Keulen vergelijkt Jann Ruyters met grote namen als Alice Munro en de in Nederland pas ontdekte Lydia Davis. "In kort bestek weet Mensje van Keulen een heel leven op te roepen, inclusief de onbestemde wanhoop die eronder schuilgaat". De Franstalige Belg Jean-Philippe Toussaint schreef een nieuwe roman, waarin hij volgens Ger Leppers "merkbaar veel genoegen [beleeft] aan de beschrijving van het onmogelijke karakter van Marie, die reist met bergen bagage, maar een psychologische rem heeft die haar belet om ook maar één tas, koffer, of zelfs maar tube tandpasta te sluiten".

De boekenbijlage van de Volkskrant opent met een beschouwing van Jessica Durlacher over de "comeback" van Mary McCarthy's (foto) jaren '60-bestseller The Group. "Net als de Vagina Monologues van Eve Ensler met zijn onmogelijke onderwerp is The Group echt niet zo succesvol door de openhartigheid en choquerende inhoud alleen, maar ook en vooral door zijn poëtische kracht".  Ook in de Volkskrant: een lang interview van Arjan Peeters met A.F.Th. van der Heijden, die doorgaans zeer terughoudend is tegenover journalisten. "Ik wilde de rouw laten zien, met alles wat die losmaakte en met zich meesleepte. Niet alleen bij Mirjam en mij, ook in onze directe omgeving. Je kunt zo'n proces niet half beschrijven." Verder recensies van Daniëlle Serdijn over het debuut van Matthijs Kleyn, Vita, van Erik van den Berg over Jeffery Deaver, Carte blanche en Frits van der Waa over de "keurige facsimile-editie" van het eerste boek van Tom Poes, Tom Poes ontdekt het geheim der blauwe aarde en Wineke de Boer over Jean-Philippe Toussaints De waarheid over Marie. "Een geslaagd tussendoortje", noemt Sacha Bronwasser de nieuwste Michel Houellebecq, De kaart en het gebied. Het is een slim, maar ook "bijna gezellig" boek: "Met swingend genoegen en niet gehinderd door onderzoek [...] weeft Houellebecq zijn half-realistische web rond een fictieve figuur: de succesvolle kunstenaar Jed Martin. De enige vriendschap die deze loner in het boek zal sluiten is met... de schrijver Michel Houellebecq". De boekenpagina's sluiten af met poëzie. Erik Menkveld leest de vier jonge, en allen veelbelovende, dichters die genomineerd zijn voor de C. Buddingh'-prijs. De meest veelbelovende is volgens hem toch Lieke Marsman, gezien "de scherpte van haar taal, haar geheel eigen blik op de wereld en de grote innerlijke noodzaak die uit haar gedichten spreekt".

In de boekenbijlage van NRC Handelsblad Marjoleine de Vos leest de "oerverhalen" van Het Gilgamesj-epos, in de nieuwe uitgave van Athenaeum, Polak & Van Gennep: "Het is een bezwerende, meeslepende manier van vertellen, waarin de poëzie niet door rijm en metrum tot stand komt maar door allerlei variaties op hetzelfde, op een manier die enigszins vergelijkbaar is met de poëtische principes van de psalmen. De vertaling is mooi, meeslepend en overtuigend". Dan twee Russische titels: Pieter Steinz bespreekt Gogols Dode zielen als literaire spiegel van de actualiteit, en Michiel Leezenberg schrijft over een essaybundel over het Russische denken (A History of Russian Thought), dat deels via de literatuur plaatsvond: "De bijdragen concentreren zich op het zogeheten 'Gouden Tijdperk' van het Russische denken, dat samenvalt met de hoogste bloei van de klassieke Russische literatuur, vanaf omstreeks 1830 tot 1880. Toen werden gedachten ontwikkeld over de Russische identiteit [...] allemaal ideeën die relevant zijn voor het huidige Rusland".
Elsbeth Etty beschouwt de recente bundel interviews met Karel van het Reve, en het nieuwste deel uit zijn Verzameld werk, dat voor meer dan de helft uit ongebundeld werk bestaat: "in de door dit deel van het Verzameld werk bestreken periode valt de ineenstorting van het sovjetsysteem die Ruslandkenner Karel van het Reve voor raadsels plaatste". Op donderdag 16 juni wordt de C. Buddingh'-prijs uitgereikt, en volgens Ron Rijghard "nomineerde de jury vier jonge dichters die ieder aanmoediging verdienen. Maar de prijs voor het meeste talent zou naar Marsman moeten gaan." Een dag eerder is het de beurt aan de Esta Luisterboeken Award. Toef Jaeger stelt dat Gijs Scholten van Aschat voor zijn vertolking van Paul Biegels De tuinen van Dorr een terechte winnaar zou zijn.
Dan een dichtbundel, van de Amerikaanse Robert Hass in de vertaling van H.C. ten Berge: "Hij vertelt maar, terloops, over van alles en nog wat", bemerkt Guus Middag. De nieuwe roman van Peter Høeg, De kinderen van de olifantenhoeders is volgens Kester Freriks van een "verraderlijke lichtheid", het is "... een complex amalgaam van verhalen en verhaallijnen, fantasierijke figuren, plotse wendingen". Margot Dijkgraaf leest een monografie over Patrick Modiano, samen met de vertaling van zijn nieuwste roman De horizon: "Patrick Modiano schrijft altijd hetzelfde boek, heet het, met altijd maar dezelfde "petite melodie". Onzin, schrijft zijn eerste 'biograaf' Denis Cosnard, geen enkel boek lijkt op een ander." 

Dichters & Denkers (De Groene Amsterdammer) is deze week volledig gewijd aan de Europese Literatuurprijs, waarvan de winnaar morgenavond 14 juni bekend wordt gemaakt. Marja Pruis stelt zich in haar inleidende essay de vraag of er wel iets algemeens te zeggen valt over "Europese" literatuur: "Is [er] dan een kwaliteit die de landsgrenzen overstijgt, en iets typisch Europees uitdrukt, in de zin van: per se niet-Amerikaans, of gaat het juist om romans die, tegen de door Parks vervloekte internationaliseringsmode in, iets heel lokaals durven uit te drukken?" Vervolgens komen de genomineerde titels een voor een voor het voetlicht. Xandra Schutte begint met Marie NDiaye, Drie sterke vrouwen: "... het mooie is dat zij steeds de innerlijke kracht van de vrouwen laat zien, het wankele evenwicht beschrijft tussen zelfbewustzijn en de overgave aan de weinig rooskleurige omstandigheden waarin ze verkeren." Volgens Marijke Spies toont David Mitchell in De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet "een bijkans roekeloos meesterschap": "Een meesterschap dat behalve op zijn verbeeldingskracht vooral berust op zijn stijl." Maria Vlaar beschouwt de Europeesheid van Jens Christian Grøndahl: "In Grøndahls romans hebben alle levensverhalen, verloren liefdes en persoonlijke thema"s altijd te maken met de geschiedenis van Europa." Jachym Topols roman over de gruwelen in Theresienstadt en Wit-Rusland, De werkplaats van de duivel, noemt Cyrille Offermans een "obsederend boek": "In razend tempo, rauw en vulgair, in een bombardement van enkelvoudige, vaak onafgemaakte zinnen protocolleert de "verteller" zijn handelingen en de daar onontwarbaar mee verbonden gedachten." Ten slotte bespreekt Joost de Vries de andere genomineerde Tweede Wereldoorlogroman, HHhH van Laurent Binet: Het is een krankzinnige leeservaring: enerzijds tilt het de roman naar een meta-niveau en is het zo een commentaar op de werking van fictie, anderzijds schrijft Binet steengoed als een thriller naar de aanslag toe, met alle bijna-ontdekkingen en bijna-mislukkingen, steeds een stapje vooruit en weer een half stapje achteruit, waardoor de lezer aan het lijntje wordt gehouden."

Het Parool opent deze week met een interview met Jussi Adler-Olsen, wiens "prachtige thrillerreeks" Serie Q volgens Maarten Moll Nederland aan het veroveren is. "Superieur", noemt Arie Storm de nieuwe roman van Robbert Welagen : "De zoektocht van Lastrucci is allerminst vrijblijvend; hier is meer aan de hand dan een praktische noodzaak je verleden te kennen, een noodzaak die uitmondt in een onschuldige vorm van nostalgie. Lastrucci lijdt aan geheugenverlies door fysiek geweld, maar misschien wil hij bepaalde zaken ook helemaal niet meer weten."
Verder bespreekt Jasper Henderson Jean-Marie Blas de Roblès, Middernachtsberg ("een prachtig klein boek over verlossing en de troostende kracht van verhalen"). Thomas Verbogt is ten slotte zeer onder de indruk van Lydia Davis' verhalenbundel Bezoek aan haar man, waaruit hij een verhaal in zijn geheel citeert: "Het is zo compact, één pagina en drie regels, het zit zo weergaloos hecht in elkaar dat een citaat een zinloze amputatie is, een onredelijke daad."

In Vrij Nederland een essay van Carel Peeters over de revival van het denken over geloof en atheïsme, met een mooi overzicht van boeken die onlangs over het onderwerp verschenen. Jeroen Vullings leest De wolken van Hugo Claus: "Ik waardeer De wolken vooral als een poëticale goudader". Kristien Hemmerechts bespreekt de postume David Foster Wallace, The Pale King (een "anti-roman" die het moet hebben "van de taal, de hersenspinsels en rake observaties"), Carel Peeters de columns van Marjolijn Februari, Ons soort mensen en David Duijnmayer Vonne van der Meer, De vrouw met de sleutel: "... het verhaal in het verhaal is bij Van der Meer nooit alleen maar een vormgrapje".

In Elsevier aandacht voor Peter Høeg, De kinderen van de olifantenhoeders. HP|De Tijd bespreekt deze week de brievenbundel van Annie M.G. Schmidt, Liefs van Annie, en Sherwood Anderson, Winesburg Ohio.

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening