François Weyergans laat Académie française kwartier wachten

De Frans-Belgische schrijver en Goncourtwinnaar 2005 François Weyergans heeft op zijn dooie gemakje het protocol van de Académie française volkomen in de war gestuurd. De gereputeerde treuzelaar slaagde er vorige week donderdag in om tijdens zijn eigenste inwijdingsplechtigheid ruim een kwartier te laat op te dagen aan de Quai Conti. Du jamais vu in de eerbiedwaardige instelling, de Franse pers raakt er niet over uitgepraat. 27 maanden geleden was de auteur van Trois jours chez ma mère uitverkoren om zitting te nemen in de Académie. Maar mede omdat zijn inwijdingsspeech niet afraakte, moest het installatieritueel ook al keer op keer verdaagd worden. Uiteindelijk nam Weyergans dan toch zetel 32 in van de acht jaar geleden overleden Maurice Rheims. Weyergans stommelde binnen terwijl Erik Orsenna al van lieverlee de honneurs waarnam en zijn welkomstspeech voor Weyergans voorlas. Gelukkig had de 69-jarige Weyergans wel zijn piekfijne groene habijt van immortel omgord (in een ontwerp van agnes b.) en declareerde hij vervolgens een roerende ode aan zijn voorgangers Alain Robbe-Grillet en Maurice Rheims in de Académie. De geschokte Académiciens en notabele genodigden sloten de surrealistische Belg, die ook in zijn oeuvre de traagheid koestert, vervolgens dan toch in het hart.

De nu door Weyergans ingenomen en 'verdoemde' zetel 32 was na het overlijden van Maurice Rheims in 2003 leeg gebleven, omdat diens intussen overleden opvolger Robbe-Grillet ervan afzag om zijn plek officieel in te nemen ("Ik zag er belachelijk uit", zei hij nadat hij zichzelf in het habijt voor de spiegel had bekeken). Die lege zetel was lange tijd een doorn in het oog van dochter Nathalie Reims, die er onlangs een roman, Le Fantôme du fauteuil 32, over schreef. Het boek is een elegante kruising tussen een hommage aan haar vader, een magische avonturenroman en een academische thriller, waar de evenbeelden van gemakkelijk herkenbare schrijvers in voorkomen, zoals Amélie Nothomb, François Nourrissier en Eric Orsenna. Nathalie Rheims kon het dicht bij huis houden: in de lange tijd (1977 tot 2003) dat haar vader zetel 32 innam, zat ze als kind bij veel illustere Académiciens op de knie. "Ik was een beetje hun mascotte." Zie Le Point.

Tags: Franse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman/Marjolein Corjanus op 21-06-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening